Als je wifi-problemen blijft houden, heeft dat vrijwel altijd met de instellingen van je router te maken.

Deze moet als volgt staan ingesteld (in volgorde van belangrijkheid):


  1. 2,4 ghz: Het netwerk dat je wilt gebruiken moet 2,4 ghz WiFi zijn.
  2. b/g: WiFi op 2,4 ghz moet op b/g ingesteld zijn. De instelling b/g/n werkt meestal niet.
  3. Verschillende netwerknamen: Als je router tegelijkertijd op zowel 2,4 ghz als 5 ghz uitzendt, zorg dan dat beide netwerken een eigen naam hebben. 
  4. Alleen WPA2: Gebruik, in plaats van de combinatie modus WPA/WPA2 alleen WPA2.
  5. Vast kanaal (channel): laat de modem niet automatisch een kanaal kiezen. Mocht je wel een vast kanaal hebben gekozen en er zijn veel netwerken in je omgeving, dan kan het zijn dat het gekozen kanaal te zwak is en door de omgeving wordt weggedrukt. Probeer daarom ook andere vaste kanalen om te kijken waar de sterkste verbinding zit.
  6. DHCP server: Op de router (of elders in het netwerk) moet een DHCP server actief zijn. Voor alle modems is een actieve DHCP server standaard.